Plotsdoof

class=
Als je in een heel korte periode doof wordt noemen we dat plotsdoofheid. Dit kan komen door o.a. een ongeluk, een ziekte als hersenvliesontsteking of medicijngebruik. Meestal is de oorzaak niet aanwijsbaar.
Zweers Hoortoestellen
Markt 14
4761 CE ZEVENBERGEN
0168-323260
roland@zweershoortoestellen.nl
ma 13.00-17.30
di t/m vr 09.30-17.30

Ook bij KIJK-Optiek
Markt 50
4931 BT GEERTRUIDENBERG
Telefoon: 0162-570360
Op afspraak


Facebook

View Roland Zweers's LinkedIn profileView Roland Zweers's profile

Lid van NVAB, NAG, Hoorprofs en erkend STAR-audicien



class=



class=



class=

 




En toen was het stil: Anja (34) werd plotsdoof Stel je eens voor dat je van de ene dag op de andere dag niets meer kunt horen. Luisteren naar je kinderen, fluitende vogels, je lievelingsmuziek... voorgoed verleden tijd. Een nare fantasie? Helaas niet voor Anja Korten. Drie jaar geleden werd ze plotseling doof. Anja Korten: "Ik had een druk leven. Leuk werk, veel vrienden, ik woonde samen, had twee kinderen uit een eerder huwelijk�. In mijn vrije uurtjes was ik hulpmoeder op school, of hielp ik vrijwillig bij het Rode Kruis. Ik zat nooit stil. Ook die ene avond niet; ik was aan het werk toen ik het plotseling koud kreeg en de rillingen over mijn lijf liepen. Een collega nam mijn werk over en ik ben naar huis gegaan. Het zal wel een griepje zijn, dacht ik. Vroeg naar bed en uitzieken dus. De volgende ochtend voelde ik me nog slechter,. Ik had overal spierpijn, was misselijk en had hoofdpijn. Toch maakte ik mijn geen zorgen. Een flinke griep heeft immers dezelfde verschijnselen. Twee dagen later - het is dan zaterdagochtend - besloot mijn vriend de huisarts te bellen. Hij vertrouwde het niet. Hij zag me alleen maar slechter worden. Ik hield niets meer binnen, zelfs geen water. De huisarts kwam,, maar dat kan ik me al niet meer herinneren. Ik weet nog dat ik met de ambulance naar het ziekenhuis ben gebracht. Vanaf dat moment is alles een zwart gat. In het ziekenhuis werd hersenvliesontsteking geconstateerd. In een heel besmettelijke vorm. Ik heb een week in een ge�soleerde kamer gelegen. In die week schijn ik ongelooflijk gehallucineerd te hebben. Mijn moeder vertelde me dat ik hele verhalen hield tegen de lampen die er hingen. Ik zag er gezichten in. Regelmatig vroeg ik haar: "Zie je niet hoe lief ze naar me lachen?" Mijn moeder heeft toen echt gedacht dat het niet meer goed zou komen. Na een week kwam ik weer enigszins bij kennis. Mijn rechteroor was toen helemaal doof. Het gehoor van mijn linkeroor zakte steeds verder weg. Op de eerste dag kon ik een gesprek met ��n persoon redelijk volgen. Maar het restgehoor, zoals ze dat noemen, werd met de dag minder. De hersenvliesontsteking had meer sporen nagelaten. Mijn evenwichtsorgaan was kapot. Ik kon niet meer staan. Niet meer lopen. De artsen verzekerden me dat het allemaal goed zou komen. Ook met mijn gehoor. Na drie weken ziekenhuis mocht ik naar huis. Daar merkte ik dat mijn lichaam helemaal niet beter werd. Ik vergat dingen, had nog steeds evenwichtsproblemen. Het beetje gehoor wat ik nog had werd, werd alsmaar slechter. Ik besloot naar een ander ziekenhuis te gaan voor een second opinion. De arts was snel klaar: hij vertelde me dat ik lichamelijk inderdaad weer zou opknappen, maar was er zeker van dat ik uiteindelijk helemaal doof zou worden. Gek genoeg was ik opgelucht toen hij me dat vertelde. Eindelijk had ik zekerheid over mijn situatie. Ik had zelf allang het vermoeden dat mijn gehoor niet beter werd. Nu had een arts dat bevestigd. Tegelijk was er natuurlijk wanhoop. Eenendertig jaar lang kon ik horen. Nu was ik bijna doof. Hoe moest ik ooit nog praten? Al die tijd dat ik via pen en papier met mijn ouders communiceerde, had ik gedacht dat het tijdelijk zou zijn. De moeder van mijn vriend kwam dagelijks langs om voor me te zorgen. Mijn kinderen waren bij mijn ouders. Daar hebben ze gewoond sinds ik in het ziekenhuis terecht wam. Ik werd met de dag depressiever. Hoe kon het ook anders? Ik hoorde niets meer. De meeste mensen praten over dingen die ze mee maken. Ik kon dat ook wel doen maar ik hoorde de reactie niet. Dus hield ik mijn mond. Kropte al mijn gevoelens op. Wilde geen bezoek meer. Geen mensen om me heen. Dat deed alleen maar pijn, omdat ik niet met ze kon praten. Ik voelde me zo alleen, zo eenzaam. En ik miste mijn kinderen verschrikkelijk. Toen mijn schoonmoeder geen zorgverlof meer kon krijgen, ben ik ook bij mijn ouders gaan wonen. Een zware periode. Ik zag dagelijks hoeveel moeite mijn kinderen hadden met de situatie. Ze hadden een moeder die niets met ze kon. Voor mijn zoontje was het alleen leuk om samen televisie te kijken, al kon ik de programma`s niet volgen. Bij mijn dochter maakte ik staartjes en vlechten in het haar. Dat was mijn enige aandeel in de opvoeding. Alles wat ze meemaakten op school, vertelde ze aan oma. Die hield mij - nog steeds door middel van pen en papier - een beetje op de hoogte. Dat deed zeer. Ook de communicatie met mijn vriend liep mis. Onze relatie ging daardoor zelfs uit. Ik zakte steeds dieper in dat zwarte gat. Hoe moet het verder? Hoe moest ik mijn kinderen opvoeden? Moest ik altijd bij mijn ouders blijven wonen? Ik kwam er in mijn eentje niet meer uit. Gelukkig had mijn moeder het in de gaten. Ze heeft toen een maatschappelijk werker ingeschakeld. Met haar heb ik veel gesprekken gehad. Ze ging heel praktisch te werk. Vroeg me waar ik dagelijks tegen aanliep, en pakte die problemen aan. Ik wilde bijvoorbeeld graag brood maken voor mijn kinderen om mee naar school te nemen. Maar ik werd nooit op tijd wakker omdat ik de wekker niet hoorde. Zij regelde een trilwekker, speciaal voor doven. Dat is een plaat onder je kussen die gaat trillen als het tijd is om op te staan. Daarnaast stuurde ze me naar het fitnesscentrum om mijn conditie weer op te krikken en vervolgens naar een revalidatiecentrum om iets aan mijn evenwichtsstoornis te doen. Al deze oplossingen werkten en langzaam begon ik weer op te krabbelen. Helemaal toen ik in aanraking kwam met lotgenoten, bij de Stichting Plotsdoven. Een openbaring. Daar ontdekte ik dat ik niet de enige was. Dat doven ook plezier kunnen hebben. Dat er middelen zijn om met doofheid om te gaan, ondersteunende gebaren, liplezen�.. Voorzichtig durfde ik weer te geloven in de toekomst. Inmiddels had ik voor mijn linkeroor een gehoortoestel gekregen. Dat hielp nauwelijks. Eigenlijk hoorde ik alleen maar geruis en lawaai. Geluiden onderscheiden kon ik er niet mee. Ik herinner me bijvoorbeeld nog dat een oud-collega op bezoek kwam. We waren aan het praten - hij schrijvend, ik pratend - toen de telefoon ging. Ik sprak gewoon door. Verbaasd vroeg hij: "Hoor je de telefoon niet?." Nee ik hoorde niets meer. In totaal is mijn toestel maar liefst vier keer vervangen. Ik had steeds een sterkere nodig, omdat het beetje restgehoor in mijn linkeroor alsmaar achteruitging. Aan mijn rechteroor was niets meer te doen. Ik moest een nieuwe manier vinden om te communiceren en besloot een cursus liplezen te gaan doen. Veel had ik er niet aan. Mensen spreken zo snel, of onduidelijk. Zelfs als ze wel duidelijk praten, is het een moeilijke opgave een gesprek te volgen. Bij de Stichting Plotsdoven zag ik veel mensen met ondersteunende gebaren praten. Dat lukte wel. Gebarentaal is een manier om te praten met je handen. Wanneer je probeert te liplezen en daarnaast de gebaren interpreteert, is het mogelijk om een gesprek te volgen en te voeren. Inmiddels praat ik zo. Ook met mijn kinderen, die van mij gebaren leerden. Toen ik eenmaal weer voor mezelf kon zorgen en met mijn kinderen kon praten, zijn we zelfstandig gaan wonen. Op dit moment wonen we naast mijn ouders. Onze huizen hebben tussendeuren, zodat mijn ouders als het nodig is altijd naar binnen kunnen. Inmiddels gebruiken we de deuren amper. Alleen nog als mijn ouders oppassen. Na ruim een jaar, stelde een arts een operatie voor aan mijn rechteroor. Misschien zou ik daarna weer iets kunnen horen. Een Cochleaire Implantatie (CI) noem ze dat. Een soort computer in je hoofd die direct in verbinding wordt gebracht met de gehoorzenuwen. Weer horen! Dat wilde ik natuurlijk. Tegelijk vertelde hij ook dat er gevaren aan zo`n operatie zaten. Het evenwichtsorgaan kan kapot gaan en je aangezichtszenuw kan worden geraakt, waardoor je aan ��n kant verlamd kunt raken. Daarbij kon niemand beloven dat de CI daadwerkelijk zou werken. Soms helpt het gewoon niet, zonder dat daar een duidelijke oorzaak voor is. Uiteindelijk koos ik toch voor de operatie. De operatie was zwaar. Toen ik hoorde dat het implanteren gelukt was, viel er een last van mijn schouders. Wat een opluchting. Zes weken na de operatie werd de CI voor het eerst aangezet. Eerder mocht niet, omdat de wond in mijn hoofd moest genezen. Toen de arts hem aandeed en mijn moeder iets tegen me zei, dacht ik: ik hoor iets. Ik hoor mijn eigen stem. Veel kon ik er niet uit opmaken. Horen via een CI is namelijk niet horen zoals iedereen dat kent. Maar ik was door het dolle heen. Ik horde in ieder geval weer iets! Na de operatie moest ik een jaar revalideren om de robotstem die ik in mijn hoofd hoorde als het ware te `vertalen` in normale woorden. Als ik nu met ��n persoon een gesprek voer, kan ik hem of haar verstaan. Tenminste, als de ander langzaam en duidelijk spreekt en het om ons heen stil is. Met een televisie op de achtergrond om een muziekje, ben ik de draad van het gesprek zo kwijt. Inmiddels heb ik mijn situatie geaccepteerd. Natuurlijk heb ik wel eens een slechte dag. Als ik bijvoorbeeld de gesprekken niet kan volgen tijdens de pauzes op mijn werk. Of op een verjaardag niet kan verstaan wat iedereen zegt. Wat ik het meeste mis, is dat ik nooit meer naar een musical kan. Dat kan ik niet meer volgen. Gelukkig zijn er voor veel dingen oplossingen. In plaats van telefoneren, is er tegenwoordig e-mail. Voor informatie bestaat er internet. En er zijn chatrooms. Zo communiceer ik weer met vrienden en vriendinnen. November 2002. Drie jaar nadat ze doof werd. Anja is weer gelukkig. Als ze kijkt naar wat ze de afgelopen drie jaar heeft bereikt, is ze trots op zichzelf. Ze runt haar eigen huishouden, heeft een nieuwe - dove - vriend en werkt zelfs op een kinderdagverblijf. Ze heeft haar leven weer opgepakt. De toekomst? Ook die ziet ze weer rooskleurig. En dat pakt niemand haar meer af. Bron: Tijdschrift Top Sant� (december 2002) Via www.doof.nl